argus

Argus


Bijdragen aan Argus, de tweewekelijkse krant van oud-journalisten die het schrijven niet kunnen laten.


www.argusvrienden.nl

Argus jrg 4, nr. 93 - 22 december 2020



Elite, aan de slag!

Door Willem de Bruin


I

De elite kan weinig goeds meer doen. Populisten beschuldigen de leden ervan de Europese beschaving uit te leveren aan de islam, terwijl zij de bevolking ondertussen van dierbare tradities als Zwarte Piet beroven. De coronapandemie heeft het wantrouwen nog vergroot. Voor complotdenkers is het virus niets anders dan een instrument van de elite om de bevolking van zijn vrijheid te beroven. Een recent onderzoek waaruit de elite naar voren komt als een groep die zich grote zorgen maakt over de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis zal daarom door velen met wantrouwen zijn ontvangen. Het maakt de uitkomsten niet minder interessant.  


Een begrip dat bijna dagelijks terugkeert in de discussie over hoe het nu verder moet, is de ‘reset’, liefst een ‘grote’ of ‘totale’ reset. Associeerden we dit begrip voorheen met een vastgelopen computer, in de nieuwe betekenis moet de hele samenleving opnieuw worden opgestart. De coronapandemie heeft in deze optiek alle gebreken van de moderne maatschappij blootgelegd, variërend van de roofbouw op natuur en milieu, de intensieve veehouderij en onze onbedwingbare reislust tot de marktwerking in de gezondheidszorg. Dat moet allemaal anders.


Wie dacht, daar komt toch niks van terecht werd in eerste instantie aangenaam verrast door de uitkomsten van de enquête die onderzoeksbureau I&O Research in opdracht van de Volkskrant hield onder vierhonderd leden van de bestuurlijke elite. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de jaarlijkse Volkskrant Top 200 van invloedrijkste personen in Nederland.

Bijna driekwart (71%) van de ondervraagden vindt de coronacrisis aanleiding om het beleid drastisch om te gooien. Op één staat een aanpak van de klimaatverandering, op de ranglijst van problemen gevolgd door de polarisatie van de samenleving. Maar ook de inkomensongelijkheid, de voedselproductie en het voorkomen van nieuwe pandemieën zouden prioriteit verdienen. De bestuurlijke elite toont zich hier radicaler dan de kiezers. Van de Nederlandse bevolking zou volgens I&O de helft zo’n ‘reset’ willen. Het publiek geeft daarbij voorrang aan het voorkomen van pandemieën en zet het klimaat op plaats twee. Een ander – voorspelbaar - verschil is dat de ‘gewone’ Nederlander meer aandacht wil voor binnenlandse problemen als de woningmarkt en de criminaliteit, terwijl de elite de blik meer op de wereld buiten Nederland richt.


Op grond van deze onderzoeksresultaten verwacht je dat de elite zich en masse tot GroenLinks heeft bekeerd, maar dat valt tegen. D66 is onder de ondervraagden met afstand de populairste partij, gevolgd door VVD en PvdA. Het CDA heeft onder de elite nog slechts een bescheiden aanhang, terwijl GroenLinks amper meedoet. Hetzelfde geldt – minder verrassend – voor partijen als PVV, SP of ChristenUnie. Niet zelden is men ook lid van de partij van zijn of haar voorkeur. Van alle kiesgerechtigde Nederlanders is nog maar een schamele 2,5 procent lid van een politieke partij; onder de elite is dat bijna de helft.  


De populariteit van D66 verrast niet. Vanouds is dit een onder hoger opgeleiden populaire partij; een veilige keuze voor wie niet graag als rechts of conservatief door het leven gaat, maar een stem op een echte linkse partij niet aandurft. Desondanks schuift de elite duidelijk op in progressieve richting. In 2006, toen het onderzoek voor het eerst werd gehouden, was de VVD- en CDA-aanhang nog een stuk groter.


Volgens de onderzoekers weerspiegelt dit de groeiende kritiek op het neoliberalisme en de gevolgen daarvan voor de publieke sector, zoals de marktwerking in de zorg. Het is inmiddels een thema in bijna alle verkiezingsprogramma’s, al trekt niet iedere partij daar dezelfde conclusies uit. Tegelijkertijd verandert de samenstelling van de elite. Het zijn niet langer alleen de bobo’s uit het bedrijfsleven – man, blank, op leeftijd – die de dienst uitmaken. Steeds meer vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, universiteiten, maar ook het lokaal bestuur eisen hun plek op en zij zijn vaker vrouw en jonger. Tekenend voor deze trend is dat de lijst van 200 invloedrijkste Nederlanders voor het tweede achtereenvolgende jaar wordt aangevoerd door Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.


Deze verschuivingen stemmen optimistisch. Gaat die ‘reset’ er nu dus ook komen? Helaas, hier stelt de elite teleur. Slechts ruim een derde van de ondervraagden gelooft dat er daadwerkelijk iets zal veranderen. De overgrote meerderheid gaat er vanuit dat men straks gewoon de draad weer oppakt. De voortekenen lijken hen vooralsnog gelijk te geven. Eerder deze maand nog boog minister Carola Schouten (CU) in het stikstofdossier opnieuw voor de landbouwlobby – die nog altijd op de ferme steun van CDA en VVD kan rekenen. VVD-minister Cora van Nieuwenhuyzen kan niet wachten om Schiphol weer alle ruimte te geven.


In dit licht is het onbegrijpelijk dat de fine fleur van Nederland desondanks zijn volste vertrouwen uitspreekt in premier Rutte en in hem de beste man zien om ook het volgende kabinet te leiden. Bijna tachtig procent van de elite is tevreden met het huidige kabinetsbeleid en het coronabeleid scoort zelfs nog iets hoger. Een beter voorbeeld van cognitieve dissonantie krijgt men zelden voorgeschoteld.


Wie denkt dat de leden van de elite aan hun positie het nodige zelfvertrouwen ontlenen en bereid zijn ‘hun verantwoordelijkheid te nemen’ komt dus bedrogen uit. Wanneer zij Rutte’s bereidheid ieder standpunt in te nemen dat nodig is om zich politiek te handhaven, aanzien voor leiderschap, houden zij zich dommer dan zij in werkelijkheid zijn. Het lijkt er dan ook meer op dat men terugschrikt voor de consequenties die de bepleite ‘reset’ kan hebben.  


Wie in de positie verkeert daadwerkelijk invloed te kunnen uitoefenen op het beleid, kan niet zonder verlies aan geloofwaardigheid roepen dat het anders moet en dan zelf op de handen blijven zitten. Niet iedereen zal zich geroepen voelen de politiek in te gaan of daar geschikt voor zijn. Maar wat let de leden van de elite om in hun eigen partij aan de bel te trekken? Welk krachtig signaal zou er niet vanuit gaan wanneer zij met gelijkgestemden over de partijgrenzen zouden oproepen die ‘reset’ tot inzet van het volgende kabinet te maken? Welke kansen biedt dit bovendien niet om al die gemakzuchtige critici van de elite de mond te snoeren. Hier geldt: noblesse oblige. 


Copyright © All Rights Reserved